Vliegvelden in Spanje

Eergisteren publiceerde Trouw een column van de hand van Rob de Wijk, met de titel ‘Solidariteit werkt bij economische groei, maar sneuvelt bij crisis’. Hij stelt daarin dat de crisistijd mensen egoïstisch maakt, in Nederland, maar ook in het buitenland:

“Afbraak van solidariteit is ook in de internationale politiek zichtbaar. België, het Verenigd Koninkrijk en Spanje staan daardoor op springen. Regio’s storen zich aan het feit dat zij het beter doen en daarom veel geld moeten afdragen aan de armlastigen binnen het land. In tijden van economische groei is dat geen probleem. Er is voldoende geld voor een transfer van rijk naar arm, maar op het moment dat rijk zelf het gevoel krijgt arm te kunnen worden, is het uit met de solidariteit en blazen Vlaanderen, Schotland en Catalonië uit eigenbelang zo nodig het hele staatsverband op.”

Inderdaad, als het ze voor de wind gaat, accepteren mensen gemakkelijker dat ze ‘geld moeten afdragen aan de armslastigen’ dan als ze zelf krap bij kas zitten. Dat is nogal logisch. Dat is het kwantitatieve aspect van solidariteit. Maar in tijden van crisis kijkt men ook anders aan tegen het kwalitatieve aspect van solidariteit.

Als iemand niet weet hoe hij zijn geld op moet krijgen, vindt hij het waarschijnlijk niet zo’n probleem als een arme sloeber een fles sterke drank koopt van het geld dat hij hem weet af te troggelen. Maar als hijzelf zich amper een borrel kan veroorloven, is het normaal dat hij liever heeft dat de armlastige medemens een voedzame maaltijd koopt van zijn aalmoes.

Dat er in Spanje feestgevierd wordt met het geld uit Noord-Europa is natuurlijk een mythe, en ik vind het werkelijk stuitend en ongelofelijk dat er nog Nederlanders zijn die dat fabeltje voor zoete koek slikken. Mijn Spaanse vrienden werken gemiddeld harder dan mijn Nederlandse vrienden, en het is niet de schuld van de gewone hardwerkende Spanjaard dat de productiviteit van zijn land lager ligt dan die van Nederland, maar van falend management, een andere bedrijfscultuur, incompetente politici, etc.

Dat betekent echter niet dat het geld uit ‘Europa’ altijd verstandig is uitgegeven. Mede dankzij ‘Europa’ heeft Spanje nu meer vliegvelden dan Duitsland, waarvan er een flink aantal niet of nauwelijks actief zijn. Ik vind het volkomen terecht dat de rijkere landen eisen dat het geld dat wordt overgeheveld naar armere landen gebruikt wordt voor investeringen die er uiteindelijk toe moeten leiden dat de armere landen zelf hun boontjes kunnen doppen. De baten die voortvloeien uit solidariteit moeten worden geïnvesteerd en niet geconsumeerd.

Het is waar dat veel Catalanen boos zijn ‘omdat er te veel belasting aan Madrid zou worden afgestaan, zonder dat men daarvoor veel terugkrijgt,’ zoals Rob de Wijk schrijft in een iets oudere column, met alweer zo’n catchy titel: ‘Separatisten spelen handig in op onvrede in Europese landen’. Maar het zeer zit dieper, volgens mij. Dit zijn een paar ‘pijnpunten’:

  • Ik ben geen econoom, dus ik kan het niet checken, maar volgens menig deskundige wordt er jaarlijks 8 à 9 procent van het Catalaanse bnp overgeheveld naar de rest van Spanje, en dat is toch geen kattenpis. Desondanks staan Catalanen in Spanje bekend als onsolidaire krentenkakkers.
  • De centrale regering maakt goede sier met de investeringen in armere regio’s, alsof het geld uit haar eigen zak komt. Ze ontkent domweg dat er geld wordt overgeheveld van de rijkere naar de armere regio’s, met het argument dat het niet de regio’s zijn die belasting betalen maar de Spaanse burgers.
  • Om stemmen te winnen, hebben de twee grote landelijke partijen de neiging cadeautjes uit te delen aan de regio’s waarin ze sterk vertegenwoordigd zijn: snelwegen, hogesnelheidstreinen, vliegvelden, etc. Maar dit soort investeringen leveren niets op als ze niet gepaard gaan met economische bedrijvigheid, en daarin wordt nu juist niet of nauwelijks geïnvesteerd. Als de baten van de Catalaanse solidariteit zouden worden aangewend om de economie van de armere regio’s te versterken, dan zou Catalonië er uiteindelijk ook beter van worden, en dat zou het draagvlak onder de solidariteit verbreden. Omgekeerd is het natuurlijk ook zo dat investeringen die erop gericht zijn de Catalaanse economie te versterken, uiteindelijk ook ten goede komen aan de rest van Spanje. Dit laatste lijkt de centrale regering in Madrid nogal eens te vergeten.
  • Tot slot. De binnenlandse solidariteit heeft geen ‘tijdspad’, zoals we dat kennen van de Europese cohesie- en structuurfondsen. Er wordt niet tegen de economisch zwakkere regio’s gezegd: jullie krijgen tijdelijk extra geld. Dat geld is bedoeld om jullie economisch sterker te maken. Investeer het daarom zo dat je het binnen afzienbare tijd niet meer nodig hebt.
Advertenties