You are currently browsing the monthly archive for december 2012.

Door  Breme [Public domain]  Wikimedia Commons

Quim Monzó

Tijdschrift Terras, erfgenaam van het roemruchte tijdschrift Raster, vroeg me enige maanden geleden het verhaal ‘Gregor’ van Quim Monzó te vertalen voor het derde nummer met het thema ‘Masker, ontmasker’, en er een stukje bij te schrijven. Dat stukje staat nu op hun webstek. Het verhaal komt in een pdf te staan, die binnenkort, vanaf dezelfde website, gedownload kan worden. Bovendien is dit verhaal, samen met een essay van Ger Groot en poëzie van Suzanne Doppelt en Aimé Césaire, te koop in een kleine papieren uitgave.

Quim Monzó is één van de populairste schrijvers in het Catalaans. Hij schrijft columns in het dagblad La Vanguardia, die met enige regelmaat worden gebundeld. Verder is hij vooral bekend als vernieuwer van het korte verhaal. Tot nu toe zijn er een achttal bundels verhalen van Monzó gepubliceerd, die in meer dan twintig talen vertaald zijn. In Nederland is tot op heden alleen zijn roman De omvang van de ramp uitgegeven. Ik hoop dat daar verandering in komt, en dat de belangrijkste bundels van deze grootmeester van het korte verhaal zo snel mogelijk in het Nederlands worden vertaald.

Wat denkt Monzó over de toestand in Catalonië? Onlangs werd hij voor het tijdschrift Jot Down Magazine geïnterviewd door Enric González, die Monzó vroeg wat hij zou stemmen als er de volgende week een referendum zou worden gehouden over de onafhankelijkheid van Catalonië:

Ik zou ja stemmen! Allicht. Maar wel met samengenepen billen, want ik heb ook weinig fiducie in de prutsers die ons vervolgens komen koeioneren. Maar dan zijn we tenminste af van die andere prutsers, die ons nu onder de duim houden. Wat moeten we met prutsers met wie we bijna niets gemeen hebben…? Ik weet wel dat incompetentie een fundamentele eigenschap is van de menselijke natuur, maar ik heb meer dan genoeg aan de incompetentie van de mijnen. Verlos me alsjeblieft van die vreemde koekenbakkers…

Advertenties
week 51 nrc

NRC 21/12/12

beste boeken nrc

Beste boeken NRC 21/12/12

beste boeken vk

Beste boeken Volkskrant 22/12/12

FlatgebouwVeel Nederlanders denken dat we zo ongeveer het minst nationalistische volk op aarde zijn. Daarom kijken we meewarig naar die bekrompen scheurmakers in Vlaanderen, Schotland en Catalonië.

Wij Nederlanders mogen graag de wijde wereld intrekken en ons overal vestigen. Daarom denken we dat we geen last hebben van enge roots. In werkelijkheid dragen we onze identiteit altijd mee en we dragen onze Dutchness ook graag te pas en te onpas uit. Er zijn weinig naties zo ingenomen met zichzelf als het Nederlandse volk. Als Nederlanders ergens anders verblijven, voor korte of voor lange tijd, nemen we anderen steevast de maat. De Nederlandse maat.

Zouden Nederlanders deel willen uitmaken van Duitsland? Stel dat Merkel zegt: Kom er gezellig bij, jongens. We spreken bijna dezelfde taal, en economisch zijn we praktisch een eenheid. Kom in het grote huis dat Duitsland heet!

Nee, natuurlijk niet. Ben je gek? Nederlanders zijn hééél anders dan Duitsers.

Dat vind ik ook (ik ben niet voor niets een Nederlander). Maar waarom accepteren veel Nederlanders niet dat Catalanen hééél anders zijn dan Madrilenen, Galiciërs, Basken en Andalusiërs?

vrijstaand huisjeNederlanders lijken op bewoners van een leuk vrijstaand huisje, die tegen de bewoners van een groot flatgebouw zeggen dat ze vooral bij elkaar moeten blijven wonen.

De meeste Catalanen hoeven ook niet per se hun eigen huisje, boompje, beestje. Ze geven niet veel om parafernalia als een eigen vlag en een eigen volkslied en ze zouden best met de rest van Spanje in dat flatgebouw willen blijven wonen als ze zich daar thuis zouden voelen.

Het probleem is dat er in die flat een reglement van kracht is dat hen benauwt. Bovendien loopt er een vervelende huismeester rond die op een zeer irritante manier de baas speelt over de bewoners.

Veel Catalanen zouden dit reglement (de grondwet van 1978) zo willen veranderen dat ze meer hun eigen gang kunnen gaan, zonder dat de huismeester hun de wet voorschrijft. Maar de andere bewoners hebben daar geen zin in. Dan ga ik wel verhuizen, zegt Catalonië. Nee, zegt de huismeester, dat mag niet van het reglement.

Catalonië zit dus vast. Het kan de huisregels niet veranderen en het mag ook niet verhuizen.

Ik hoor Nederlanders regelmatig zeggen: Het is toch ook belachelijk om je af te scheiden in deze tijden van Europese eenwording en mondialisering!

O, dan kunnen we Nederland dus ook wel opheffen?

Nee, natuurlijk niet. Europa en de wereld bestaan niet alleen uit Europeanen en wereldburgers. De leden van de internationale gemeenschap zijn geen individuele burgers maar staten. En er zijn niet veel Nederlanders die hun eigen staat willen opgeven om met huid en haar op te gaan in een andere, grotere eenheid.

Waarom niet? Omdat er aan de Nederlandse staat een sociaal-culturele realiteit ten grondslag ligt, die ervoor zorgt dat wat Nederlanders bindt meer gewicht in de schaal legt dan wat hen van elkaar scheidt, als puntje bij paaltje komt.

Als dat niet zo zou zijn, zou ook Nederland een probleem hebben.

Deze sociale cohesie is in Spanje veel zwakker dan in Nederland, zelfs veel zwakker dan in andere grote landen als Duitsland en Frankrijk. Natuurlijk is het best mogelijk om die cohesie te versterken, maar je kunt haar niet bij wet afdwingen.

Ik zou het liefst zien dat de huisregels van Spanje zodanig worden aangepast dat iedereen zich er thuis voelt, maar als de grondwet van 1978 voor altijd vastligt, dan ben ik bang dat verhuizen de enige optie is voor Catalonië, met of zonder toestemming van de huismeester.

De recensie van Ger Groot in de NRC van 21 december

Recensie van Ger Groot in de NRC van 21 december

Wederom een lovende recensie van Knoflook en pekel! Dit maal paginagroot in de NRC:

Privéleven vormt een hoogtepunt in de Europese romankunst; Knoflook en pekel is een virtuoze caleidoscoop van wat de taal aan beeldenrijkdom, metaforiek en stijlfiguren vermag. In zijn meest verbluffende passages kan dit proza nauwelijks virtuozer zijn.”

Een vrolijk kerstfeest en een gelukkig 2013

Een vrolijk kerstfeest en een gelukkig 2013!

Pío Baroja

Pío Baroja

We mogen niet klagen. Na de lovende recensie van De Sagarra’s Knoflook en pekel, drie weken geleden in de Volkskrant, en de prikkelende citaten uit de twee in Nederland verschenen romans van De Sagarra in de column van Arjan Peters vorige week, gaf Maarten Steenmeijer vorige week zaterdag De boom der kennis van Baroja vier sterren in de boekenbijlage van de Volkskrant.

Baroja was bepaald geen catalanofiel. Catalanen in zijn werk zijn over het algemeen arrogant en gierig en spreken een nog idiosyncratischer Spaans dan Baroja zelf.

In 1924 werd Baroja geïnterviewd toen hij op bezoek was in Barcelona. De Catalanen, zegt hij, willen doen voorkomen dat Catalonië een eigen cultuur heeft, maar ‘ik heb de indruk dat Catalonië Spaanser is dan de rest van Spanje.’ Er bestaat helemaal geen Catalaanse cultuur: ‘Het toneel lijkt geschreven in Noorwegen, de verzen op de Boulevard Montmartre…; Er is van alles: Zweeds, Noors, Deens en zelfs Tartaars.’ Maar Catalaanse cultuur valt nergens te bekennen.

Josep Mª de Sagarra

Josep Mª de Sagarra

‘Sommigen zullen tegenwerpen,’ gaat Baroja verder, ‘dat ik niet over de Catalaanse cultuur kan oordelen, aangezien ik noch de taal spreek noch het land en zijn tradities ken. Dat is waar…’

In zijn column in La Publicitat reageert De Sagarra op Baroja’s uitspraken over Catalonië en de Catalaanse cultuur. Hij vindt dat hij er eigenlijk over zou moeten zwijgen, want alles wat Baroja in dit interview zegt, is ouwe koek: ‘Dat de heer Baroja gelooft dat wij die ons bekommeren om de kunst en de literatuur van ons land een stelletje stumpers zijn, en dat hij niet in Catalonië geïnteresseerd is en er niets van wil weten, valt te begrijpen. Arme man, wat kan hij eraan doen dat wij zijn weerzin op wekken? Iemand kan een groot schrijver zijn en een van die ongerechtvaardigde, instinctieve fobieën hebben die zo vals zijn als de pokken.’ Minder begrijpelijk, schrijft De Sagarra, is ‘dat een man die “niet kent” wil spreken over dat wat hij niet kent.’

De boom der kennisDe Sagarra geeft Baroja nog een paar vegen uit de pan, maar het intrigerendste aan deze column is wat er niet staat. Het heeft er alle schijn van dat De Sagarra in de rest van zijn column het thema verbreedt tot de gecompliceerde relatie tussen het Koninkrijk Spanje en Catalonië, want de laatste dertig regels zijn doorgehaald door de censuur van Primo de Rivera.

Hoe dan ook, de recente trubbels tussen het Koninkrijk Spanje en Catalonië komen niet uit de lucht vallen.

De Spaanse minister van Onderwijs Wert en zijn Catalaanse collega Irene Rigau

De Spaanse minister van Onderwijs Wert en zijn Catalaanse collega Irene Rigau

José Ignacio Wert, de Spaanse minister van Onderwijs, Cultuur en Sport heeft deze week een bom gelegd onder de immersió lingüística, het Catalaanse onderwijsmodel dat ervoor zorgt dat alle kinderen die in Catalonië opgroeien, op hun zestiende Spaans én Catalaans spreken.

Catalonië heeft twee officiële talen: het Catalaans en het Spaans. Iedereen die in de afgelopen 34 jaar een openbare Catalaanse school heeft doorlopen, spreekt correct Spaans en correct Catalaans (‘correct’ volgens de normen die daar heden ten dage voor gesteld kunnen worden, binnen en buiten Spanje). Dat lijkt mij een ideale situatie.

Stel je voor dat alle Belgen (Vlamingen en Walen) onder de veertig even goed Nederlands als Frans zouden spreken!

Maar voor minister Wert zijn principes belangrijker dan de praktijk. Hij vindt dat iedereen in Spanje recht heeft op onderwijs in het Spaans (met Spaans als voertaal dus).

Om zijn bedoelingen een beetje te maskeren, sprak hij niet over Spaans maar over ‘de moedertaal van het betreffende kind’. Dat was natuurlijk een slip of the tongue van de minister, want de kinderen die op dit moment in Barcelona naar school gaan, hebben 273 verschillende moedertalen. Ik neem aan dat Wert niet bedoelt dat kinderen in Spanje recht hebben op onderwijs in het Urdu of in het Arabisch. Hij bedoelde natuurlijk dat ieder kind in Spanje recht heeft op onderwijs met Spaans als voertaal.

Waarop baseert Wert dit principe? Op de grondwet. Daarin staat dat elke Spaanse burger de plicht heeft het Spaans te beheersen. In de autonome regio’s met een eigen taal (Catalonië, Valencia, de Balearen, Baskenland, Galicië) hebben de inwoners het recht om hun eigen taal te gebruiken. Maar wat stelt dat recht voor als een winkelbediende, een ambtenaar, een politieagent, een rechter, jouw taal niet verstaat?

Goed, minister Wert vindt dus dat iedereen die in Spanje woont het recht heeft om geen Catalaans, Baskisch of Galicisch te leren. Wat betekent dat in de praktijk? Dat niet langer alle kinderen naar dezelfde openbare school zullen gaan. Dat we het streven naar tweetaligheid opgeven en teruggaan naar de oude tweedeling tussen Spaanssprekenden en Catalaanssprekenden.

Waarom deze bom? Op de eerste plaats is dit natuurlijk een onverbloemde reactie op het onafhankelijkheidsstreven dat in de afgelopen maanden hoog is opgelaaid in Catalonië. Minister Wert heeft al eerder gezegd dat hij vindt dat de Catalaanse kinderen geïndoctrineerd worden door de nationalisten en dat het hoog tijd wordt om ze te verspaansen.

De tweede reden is het ongekende succes van de immersió lingüística. Als Catalonië op deze voet doorgaat, zal het Catalaans binnenkort een even grote rol spelen binnen Catalonië als het Spaans. En dat kan natuurlijk niet. Stel je voor!