You are currently browsing the category archive for the ‘Infrastructuur’ category.

Kunstwerk bij het spookvliegveld van Castellón, geïnspireerd op zijn promotor, de politicus Carlos Fabra (PP). Het vliegveld werd op 25 maart 2011 ingewijd maar is tot op heden niet gebruikt.

Kunstwerk bij het spookvliegveld van Castellón, geïnspireerd op zijn promotor, de politicus Carlos Fabra (PP). Het vliegveld werd op 25 maart 2011 ingewijd maar is tot op heden niet gebruikt.

In 2007 spat in Spanje de vastgoedzeepbel uit elkaar. Volgens de meeste deskundigen was die zeepbel in 1997 ontstaan, maar sommigen plaatsen het begin al in 1986. In ieder geval is er vanaf 1997 sprake van een scherpe stijging van de huizenprijzen, met tot wel 30% per jaar, en een gemiddelde van meer dan 10%.

Het is normaal dat veel mensen een graantje mee willen pikken van zo’n tierende business. Wat niet normaal is, of zou moeten zijn, is dat politici meepikken uit de ruif. Toch is dat volop gebeurd.

Politici nemen beslissingen die van cruciaal belang zijn voor projectontwikkelaars en bouwondernemers. De Spaanse politici zijn daarbij gevoelig gebleken voor druk van de bouwsector op met name twee niveaus: grote landelijke infrastructuurprojecten en de plaatselijke ruimtelijk ordening.

José María Aznar sprak op 3 maart 1997 tijdens een toespraak tot drie maal toe de beroemd geworden zin: ‘España va bien.’ Deze uitspraak is illustratief voor de bakken met geld die tijdens de vastgoedzeepbel werden uitgegeven aan grote tot zeer grote – om niet te zeggen megalomane – infrastructurele projecten, zoals hogesnelheidslijnen, vliegvelden, etc., voor een aanzienlijk deel mede gefinancierd door de Europese Unie.

Het heeft er alle schijn van (ik zal het voorzichtig zeggen omdat de zaak nog ‘onder de rechter’ is, zoals dat geloof ik heet) dat er bij de aanbesteding van deze megaprojecten commissie is betaald aan ‘beleidsmakers’.

Het directe gevolg van die commissies is natuurlijk dat die projecten nog duurder zijn geworden dan ze al waren. Maar het meest schadelijke uitvloeisel van deze commissies is volgens mij dat er een groot aantal projecten is uitgevoerd waarvan de noodzaak en de economische levensvatbaarheid op zijn zachtst gezegd dubieus zijn, waardoor Spanje bijvoorbeeld een super-de-luxe en zwaar onderbenut hogesnelheidsnet heeft en een aantal spookvliegvelden die ongebruikt liggen te verkommeren.

Ook op lokaal niveau was de corruptie gedurende de vastgoedzeepbel wijdverbreid. Dat kwam doordat de burgemeesters mochten beslissen waar er wel en waar er niet gebouwd mocht worden. Dat kan natuurlijk niet goed gaan in een tijd dat er woekerwinsten gemaakt worden in het vastgoed. Men gaat ervan uit dat bouwondernemers massaal de kassen van de politieke partijen hebben gespekt in ruil voor gunstige bestemmingsplannen. Naast deze relatief ‘softe’ vorm van corruptie hebben zich, met name aan de kust, veel zwaardere gevallen voorgedaan, zoals dat van Marbella, waar het gemeentehuis ten tijde van de zeepbel regelrecht in een roversnest veranderd was.

Advertenties

Mijn vrouw is geboren in Barcelona. Een jaar of zeventien geleden, toen ik mijn vrouw net had leren kennen, vroeg ik haar een keer of ze zich meer Catalaans of meer Spaans voelde. Fifty-fifty was haar antwoord. Onlangs stelde ik deze vraag opnieuw. Honderd procent Catalaans was nu haar antwoord.

Mijn vrouw staat hierin niet alleen. Het onafhankelijkheidsstreven is gedurende de laatste jaren enorm toegenomen in Catalonië. Het is moeilijk om precies aan te geven waar dat aan ligt. Net als bij gebroken relaties zijn er veel Spanjaarden en veel Catalanen die zich beduusd afvragen hoe het zo ver heeft kunnen komen: ‘We hadden het vroeger toch best gezellig samen… en nu kunnen we elkaar niet luchten.’

Buiten Catalonië meent men doorgaans dat de Catalanen uit zijn op onafhankelijkheid omdat ze er financieel beter van denken te worden. Natuurlijk speelt geld een rol. Maar de voornaamste grief van de Catalanen is de arrogantie van de machthebbers. Keer op keer laat ‘Madrid’ merken aan de Catalanen dat ze nog zo veel kunnen willen, maar dat de centrale regering de touwtjes in handen heeft. Of beter gezegd: de sleutel van de schatkist.

Als er een rationele politiek ten grondslag zou liggen aan het investeringsbeleid van de centrale regering, zouden veel Catalanen voor lief nemen dat er relatief meer geld gaat naar armere regio’s. Maar de verdeling van de koek is in Spanje van oudsher gebaseerd op een onbeschaamde verdeel-en-heerspolitiek.

Om een voorbeeld te geven dat de laatste tijd de emoties in Catalonië hoog heeft doen oplaaien. De centrale regering heeft een nogal megalomaan plan om alle hoeken en gaten   van Spanje per hogesnelheidstrein te verbinden met de hoofdstad Madrid. Tot nu toe is er geen kilometer van het hele net winstgevend, niet eens de lijn Madrid-Barcelona. Toch moet er met alle geweld een lijn naar de grens met Portugal, terwijl de Portugezen al hebben aangegeven absoluut niet van plan te zijn deze lijn door te trekken (ze kunnen hun geld wel beter besteden), en ook een lijn naar Gallicië, een van de armste regio’s van West-Europa, met de Atlantische Oceaan als eindpunt.

Het komende jaar gaan er weer miljarden naar dit volkomen onrendabele project. Er gaat zelfs meer geld naar de hogesnelheidslijn Madrid-Gallicië dan naar de aanleg van de goederentrein langs de Middelandse Zee, die Noord-Afrika moet verbinden met Zuid-Frankrijk, via onder andere de havens van Algeciras, Valencia en Barcelona.

Onlangs werd er een gigantische containerterminal geopend in de haven van Barcelona, gefinancierd door de Chinese groep Hutchison Port Holdings. Er is echter geen geld voor deugdelijke aan- en afvoerwegen. De Spaanse overheid investeert liever in een hogesnelheidstrein naar Nergenshuizen dan in de aansluiting van deze terminal op het internationale transportnet over land.

Zijn ze gek in Madrid? Nee, ze weten heel goed waar ze mee bezig zijn. Het hogesnelheidsnet is een ideologisch project, dat stemmen oplevert voor de grote landelijke partijen, en dat bijdraagt aan de centrale rol van Madrid, als tegenwicht tegen de autonome regio’s.

De eerste hogesnelheidslijn was die van Madrid naar Sevilla, de hoofdstad van Andalusië, en werd gebouwd onder de regering van de Andalusiër Felipe González, van de centrumlinkse PSOE, die traditioneel de meeste stemmen in Andalusië behaalt. De huidige premier van Spanje (Rajoy) komt uit Gallicië. Zijn partij, de rechtse PP, is op dit moment aan de macht in Gallicië en hoopt, ondanks de zware bezuinigingen die Rajoy van Europa moet doorvoeren, de komende verkiezingen op 21 oktober opnieuw te winnen. Op de Spaanse begroting voor 2013 is ruim een miljard voorzien voor de hogesnelheidslijn van Madrid naar Galicië.

Het regionale treinverkeer in de metropool Barcelona (met bijna 5 miljoen inwoners) laat heel veel te wensen over. Voor de meeste mensen is een goed werkend regionaal spoorwegnet veel belangrijker dan een goed werkend interregionaal en internationaal hogesnelheidsnet. Niettemin is op de Spaanse begroting voor 2013 71% van het budget voor treinvervoer gereserveerd voor het hogesnelheidnet en een schamele 2% voor regionale treinverbindingen.

Dat Catalonië (veel) meer afdraagt aan ‘Madrid’ dan het terugkrijgt, wekt ergernis. Maar dat hun belastinggeld gebruikt wordt voor megalomane politieke speeltjes, terwijl zwaar gekort moet worden op onderwijs en gezondheidszorg, vinden de meeste Catalanen pas echt irritant.