You are currently browsing the category archive for the ‘Machtspolitiek’ category.

FlatgebouwVeel Nederlanders denken dat we zo ongeveer het minst nationalistische volk op aarde zijn. Daarom kijken we meewarig naar die bekrompen scheurmakers in Vlaanderen, Schotland en Catalonië.

Wij Nederlanders mogen graag de wijde wereld intrekken en ons overal vestigen. Daarom denken we dat we geen last hebben van enge roots. In werkelijkheid dragen we onze identiteit altijd mee en we dragen onze Dutchness ook graag te pas en te onpas uit. Er zijn weinig naties zo ingenomen met zichzelf als het Nederlandse volk. Als Nederlanders ergens anders verblijven, voor korte of voor lange tijd, nemen we anderen steevast de maat. De Nederlandse maat.

Zouden Nederlanders deel willen uitmaken van Duitsland? Stel dat Merkel zegt: Kom er gezellig bij, jongens. We spreken bijna dezelfde taal, en economisch zijn we praktisch een eenheid. Kom in het grote huis dat Duitsland heet!

Nee, natuurlijk niet. Ben je gek? Nederlanders zijn hééél anders dan Duitsers.

Dat vind ik ook (ik ben niet voor niets een Nederlander). Maar waarom accepteren veel Nederlanders niet dat Catalanen hééél anders zijn dan Madrilenen, Galiciërs, Basken en Andalusiërs?

vrijstaand huisjeNederlanders lijken op bewoners van een leuk vrijstaand huisje, die tegen de bewoners van een groot flatgebouw zeggen dat ze vooral bij elkaar moeten blijven wonen.

De meeste Catalanen hoeven ook niet per se hun eigen huisje, boompje, beestje. Ze geven niet veel om parafernalia als een eigen vlag en een eigen volkslied en ze zouden best met de rest van Spanje in dat flatgebouw willen blijven wonen als ze zich daar thuis zouden voelen.

Het probleem is dat er in die flat een reglement van kracht is dat hen benauwt. Bovendien loopt er een vervelende huismeester rond die op een zeer irritante manier de baas speelt over de bewoners.

Veel Catalanen zouden dit reglement (de grondwet van 1978) zo willen veranderen dat ze meer hun eigen gang kunnen gaan, zonder dat de huismeester hun de wet voorschrijft. Maar de andere bewoners hebben daar geen zin in. Dan ga ik wel verhuizen, zegt Catalonië. Nee, zegt de huismeester, dat mag niet van het reglement.

Catalonië zit dus vast. Het kan de huisregels niet veranderen en het mag ook niet verhuizen.

Ik hoor Nederlanders regelmatig zeggen: Het is toch ook belachelijk om je af te scheiden in deze tijden van Europese eenwording en mondialisering!

O, dan kunnen we Nederland dus ook wel opheffen?

Nee, natuurlijk niet. Europa en de wereld bestaan niet alleen uit Europeanen en wereldburgers. De leden van de internationale gemeenschap zijn geen individuele burgers maar staten. En er zijn niet veel Nederlanders die hun eigen staat willen opgeven om met huid en haar op te gaan in een andere, grotere eenheid.

Waarom niet? Omdat er aan de Nederlandse staat een sociaal-culturele realiteit ten grondslag ligt, die ervoor zorgt dat wat Nederlanders bindt meer gewicht in de schaal legt dan wat hen van elkaar scheidt, als puntje bij paaltje komt.

Als dat niet zo zou zijn, zou ook Nederland een probleem hebben.

Deze sociale cohesie is in Spanje veel zwakker dan in Nederland, zelfs veel zwakker dan in andere grote landen als Duitsland en Frankrijk. Natuurlijk is het best mogelijk om die cohesie te versterken, maar je kunt haar niet bij wet afdwingen.

Ik zou het liefst zien dat de huisregels van Spanje zodanig worden aangepast dat iedereen zich er thuis voelt, maar als de grondwet van 1978 voor altijd vastligt, dan ben ik bang dat verhuizen de enige optie is voor Catalonië, met of zonder toestemming van de huismeester.

Advertenties
Afbeelding

Artur Mas en Mariano Rajoy tijdens hun ontmoeting in Madrid

Stel je voor. Brussel komt morgen met een plan. Vanaf nu gaan alle inkomsten uit belasting eerst naar Brussel. Vervolgens gaan de ambtenaren in Brussel kijken hoe het geld het best verdeeld kan worden over de lidstaten van de Europese Unie.

Nederland zou een dergelijk plan natuurlijk nooit accepteren. En terecht. Het zou een gigantische machtsverschuiving van de lidstaten naar Brussel beteken, en daar bestaat geen draagvlak voor. Maar wat misschien nog belangrijker is, zo’n plan zou heel inefficiënt zijn. Het huidige systeem is veel logischer: de lidstaten heffen zelf belasting, betalen hun eigen uitgaven daarvan, en dragen een (klein) deel van hun inkomsten uit belasting af aan Brussel, ten behoeve van herverdeling en financiering van de Unie.

Spanje is in feite een soort Europese Unie in het klein. De autonome regio’s zorgen zelf voor de belangrijkste publieke diensten, zoals onderwijs en gezondheidszorg. Maar deze diensten worden niet rechtstreeks gefinancierd uit de belastingen die in de regio’s geïnd worden. De belastingen gaan eerst naar Madrid. Daar verdwijnen ze in een grote pot, die vervolgens wordt verdeeld over de regio’s.

Artur Mas, de president van Catalonië, heeft een paar maanden geleden voorgesteld aan Rajoy, de minister president van Spanje, om het ‘Brusselse systeem’ in te voeren in Spanje. Hij stelde een ‘fiscaal pact’ voor waarbij Catalonië zelf belasting zou heffen, zijn eigen uitgaven zou betalen, en een deel aan Madrid zou afdragen, waarvan de centrale regering zichzelf, de koning, het leger, de ambassades, enzovoorts zou betalen. De rest zou in een potje gestopt worden om economisch zwakkere regio’s mee te stimuleren.

Natuurlijk is dit geen aantrekkelijk plan voor Madrid, want het zou een gigantische machtsverschuiving betekenen van de centrale regering naar de autonome regio’s. Maar misschien zal het uiteindelijk de beste oplossing blijken te zijn voor Spanje. Om twee redenen.

  1. Als Spanje het ‘Brusselse systeem’ zou invoeren, zou er hoogstwaarschijnlijk geen meerderheid zijn voor een onafhankelijk Catalonië.
  2. Het systeem is efficiënter en dus, zeker op de lange termijn, goedkoper.

Maar er zijn ook twee belangrijke redenen om de invoering van zo’n systeem zo lang mogelijk tegen te houden:

  1. De grote pot geld die Madrid mag verdelen, geeft de centrale regering veel macht. En de twee grote Spaanse partijen hebben niet veel zin om die macht op te geven.
  2. De economie van Madrid drijft op deze macht. Wat blijft er van Madrid over als het ‘Brusselse systeem’ wordt ingevoerd?

Na de dood van Franco werd er in Spanje gekozen voor een systeem van autonome regio’s, vooral om tegemoet te komen aan de politieke aspiraties van Catalonië en het Baskenland.

Het zou voor de hand hebben gelegen om aan de hoofdstad van zo’n gedecentraliseerd land een bescheiden rol toe te kennen. Een soort Bonn, zeg maar.

Maar het systeem van de autonome regio’s was voor rechtse politici van het type Aznar een concessie waarmee ze knarsetandend instemden. In plaats vanMadrid te downgraden tot een soort Bonn, besloot men daarom Madrid te upgraden tot een soort Parijs, om tegenspel te bieden aan de autonome regio’s.

Veel van de huidige problemen in Spanje zijn terug te voeren op dit explosieve mengsel van een quasi federaal systeem en een hoofdstad met centralistische kapsones.

Het evenwicht tussen de centrale regering en de autonome regio’s is een strak gespannen touw. Aan de ene kant staat een uit de kluiten gewassen macho te trekken, en aan de andere kant zeventien stoere dwergen.

De enorme energie die in dit touwtrekken wordt geïnvesteerd, gaat ten koste van de productieve economie.