You are currently browsing the tag archive for the ‘Spanje’ tag.

Luís Bárcenas, voormalig boekhouder van de Partido Popular, die beticht wordt van een waaier van graai-activiteiten, groet de pers bij aankomst op het vliegveld.

Luís Bárcenas, voormalig boekhouder van de Partido Popular, die beticht wordt van een waaier van graai-activiteiten, groet de pers bij aankomst op het vliegveld.

Je kunt de laatste tijd in Spanje geen steen oplichten of er kruipt een corrupte politicus onderuit. Is er een corruptie-epidemie uitgebroken in Spanje? Dat valt wel mee. De meeste corruptiegevallen die nu aan het licht komen, zijn niet nieuw maar hebben zich in de afgelopen twintig jaar voorgedaan. De vraag is hoe het komt dat ze nu allemaal aan het licht komen. Daar zijn twee redenen voor.

Op de eerste plaats zit de geldkraan dicht. In de vette jaren van de vastgoedzeepbel was er genoeg geld om iedereen tevreden te stellen. Veel corruptiegevallen worden aan de grote klok gehangen door mensen die uit de boot zijn gevallen. Mensen die vroeger niets zeiden, omdat ze hoopten een graantje mee te kunnen pikken, en die nu een boekje opendoen, omdat er toch niets meer te halen valt.

Verder breidt het aantal aangegeven gevallen zich steeds verder uit door het ‘tú más effect’ ofwel ‘gedeelde corruptie is niet half zo erg’. Heel veel gevallen van corruptie waren publieke geheimen. De corrupte politici van de ene partij bezaten compromitterende informatie over corrupte politici van de andere partij. Iedereen was er dus bij gebaat dat iedereen zijn mond hield. Maar zodra er eentje tegen de lamp loopt, kan hij net zo goed zijn politieke tegenstanders erbij lappen. Vanaf het moment dat een politieke partij beticht wordt van corruptie, is het de kunst om aan te tonen dat de rivalen het nog veel bonter hebben gemaakt, zodat ze kunnen zeggen: ‘Ziet u wel, iedereen deed het, en wij zijn in vergelijking met de anderen nog brave Hendrikken.’

Zijn Spanjaarden van nature corrupter dan andere volkeren? Dat geloof ik niet. Corruptie gedijt daar waar de gelegenheid zich voordoet en de controlemechanismen falen. Volgende week een stukje over de golden days van de Spaanse graaiers.

Advertenties
Chorizo

Chorizo

Er komen de laatste tijd zo veel gevallen van corruptie aan het licht dat er zelfs in de prestigieuze actualiteitsrubriek Nieuwsuur aandacht aan wordt besteed. Vorige week waren er maar liefst twee reportages van Europese sterverslaggever Saskia Dekkers. Maandag over ‘Gerommel in het koningshuis,’ en donderdag luidde de titel: ‘Spanje in de ban van corruptie.’ Er viel weinig op aan te merken, hoogstens dat Saskia niet erg diep groef, maar dat kan ook bijna niet anders. Corruptie is een complex verschijnsel met heel veel facetten, en in een reportage van zo’n zeven minuten kun je er maar een paar belichten.

Tijdens de reportage over het Spaanse koningshuis werd Saskia geïnterviewd door anchorman Twan Huys. Eén zin viel me op, omdat Saskia daarin een Spaans woord gebruikt, wat op zich goed is, want dat geeft een beetje lokale kleur aan haar woorden, maar vervolgens verpst ze het onmiddellijk met een Nederlandse vertaling van datzelfde woord die kant noch wal raakt.

Het woord is chorizo. Veel Nederlanders kennen het van vakantie en het gaat ook bij menige slager in ons land over de toonbank, waarbij het meestal ongeveer zo wordt uitgesproken: ‘gauriesou’. Saskia spreekt het vrij correct uit: ‘tjorieso’, zegt ze. Misschien beseft ze niet dat tjorieso en gauriesou één en hetzelfde ding zijn, maar ze acht het nodig om het woord te vertalen voor de Nederlandse kijker:

Politici worden uitgejoeld door een woedende massa die schreeuwt: chorizo, worst, en de mensen die ik sprak… (ongeveer op minuut 5 van het filmje hieronder)

Op zich klopt het natuurlijk wel dat chorizo een soort worst is, een rookworst met een overdosis paprika om precies te zijn (Reve noemt het een ‘ontmanningsworst’ in Op weg naar het einde). Maar waarom is het in Spanje een scheldwoord?

In Nederland heeft het woord worst bij mijn weten geen krenkende bijbetekenis. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen: ‘Wat ben jij een rookworst, zeg!’ Of: ‘Alle politici zijn boterhamworsten!’ In het Spaans evenmin. Het woord worst wordt in het Nederlands en het Spaans om voor de hand liggende redenen wel gebruikt om te verwijzen naar het mannelijk lid, maar niet als scheldwoord (toch?).

Waarom scheldt een woedende massa Spanjaarden hun politici dan toch uit voor chorizos (paprikaworsten)? Dat komt doordat het woord twee betekenissen heeft. In de ene betekenis schijnt het woord af te stammen van het Latijnse salsicĭum, en betekent het dus worst, en in de andere betekenis stamt het af van chori, wat dief betekent in de Spaanse dieventaal, en van chorar, wat stelen betekent.

De joelende Spanjaarden schelden hun politici dus uit voor jatmozen. Wat niet wegneemt dat men handig gebruik maakt van de dubbele betekenis van chorizo, en dus worden er bij betogingen hele rissen worsten meegedragen en aan de balkons gehangen. En natuurlijk zijn er allerhande woordspelingen, waarvan ik deze de mooiste vindt: No hay pan para tanto chorizo, ofwel: Er is niet genoeg brood voor zo veel worsten/dieven.

Gerommel in het Spaanse koningshuis

FlatgebouwVeel Nederlanders denken dat we zo ongeveer het minst nationalistische volk op aarde zijn. Daarom kijken we meewarig naar die bekrompen scheurmakers in Vlaanderen, Schotland en Catalonië.

Wij Nederlanders mogen graag de wijde wereld intrekken en ons overal vestigen. Daarom denken we dat we geen last hebben van enge roots. In werkelijkheid dragen we onze identiteit altijd mee en we dragen onze Dutchness ook graag te pas en te onpas uit. Er zijn weinig naties zo ingenomen met zichzelf als het Nederlandse volk. Als Nederlanders ergens anders verblijven, voor korte of voor lange tijd, nemen we anderen steevast de maat. De Nederlandse maat.

Zouden Nederlanders deel willen uitmaken van Duitsland? Stel dat Merkel zegt: Kom er gezellig bij, jongens. We spreken bijna dezelfde taal, en economisch zijn we praktisch een eenheid. Kom in het grote huis dat Duitsland heet!

Nee, natuurlijk niet. Ben je gek? Nederlanders zijn hééél anders dan Duitsers.

Dat vind ik ook (ik ben niet voor niets een Nederlander). Maar waarom accepteren veel Nederlanders niet dat Catalanen hééél anders zijn dan Madrilenen, Galiciërs, Basken en Andalusiërs?

vrijstaand huisjeNederlanders lijken op bewoners van een leuk vrijstaand huisje, die tegen de bewoners van een groot flatgebouw zeggen dat ze vooral bij elkaar moeten blijven wonen.

De meeste Catalanen hoeven ook niet per se hun eigen huisje, boompje, beestje. Ze geven niet veel om parafernalia als een eigen vlag en een eigen volkslied en ze zouden best met de rest van Spanje in dat flatgebouw willen blijven wonen als ze zich daar thuis zouden voelen.

Het probleem is dat er in die flat een reglement van kracht is dat hen benauwt. Bovendien loopt er een vervelende huismeester rond die op een zeer irritante manier de baas speelt over de bewoners.

Veel Catalanen zouden dit reglement (de grondwet van 1978) zo willen veranderen dat ze meer hun eigen gang kunnen gaan, zonder dat de huismeester hun de wet voorschrijft. Maar de andere bewoners hebben daar geen zin in. Dan ga ik wel verhuizen, zegt Catalonië. Nee, zegt de huismeester, dat mag niet van het reglement.

Catalonië zit dus vast. Het kan de huisregels niet veranderen en het mag ook niet verhuizen.

Ik hoor Nederlanders regelmatig zeggen: Het is toch ook belachelijk om je af te scheiden in deze tijden van Europese eenwording en mondialisering!

O, dan kunnen we Nederland dus ook wel opheffen?

Nee, natuurlijk niet. Europa en de wereld bestaan niet alleen uit Europeanen en wereldburgers. De leden van de internationale gemeenschap zijn geen individuele burgers maar staten. En er zijn niet veel Nederlanders die hun eigen staat willen opgeven om met huid en haar op te gaan in een andere, grotere eenheid.

Waarom niet? Omdat er aan de Nederlandse staat een sociaal-culturele realiteit ten grondslag ligt, die ervoor zorgt dat wat Nederlanders bindt meer gewicht in de schaal legt dan wat hen van elkaar scheidt, als puntje bij paaltje komt.

Als dat niet zo zou zijn, zou ook Nederland een probleem hebben.

Deze sociale cohesie is in Spanje veel zwakker dan in Nederland, zelfs veel zwakker dan in andere grote landen als Duitsland en Frankrijk. Natuurlijk is het best mogelijk om die cohesie te versterken, maar je kunt haar niet bij wet afdwingen.

Ik zou het liefst zien dat de huisregels van Spanje zodanig worden aangepast dat iedereen zich er thuis voelt, maar als de grondwet van 1978 voor altijd vastligt, dan ben ik bang dat verhuizen de enige optie is voor Catalonië, met of zonder toestemming van de huismeester.

Pío Baroja

Pío Baroja

We mogen niet klagen. Na de lovende recensie van De Sagarra’s Knoflook en pekel, drie weken geleden in de Volkskrant, en de prikkelende citaten uit de twee in Nederland verschenen romans van De Sagarra in de column van Arjan Peters vorige week, gaf Maarten Steenmeijer vorige week zaterdag De boom der kennis van Baroja vier sterren in de boekenbijlage van de Volkskrant.

Baroja was bepaald geen catalanofiel. Catalanen in zijn werk zijn over het algemeen arrogant en gierig en spreken een nog idiosyncratischer Spaans dan Baroja zelf.

In 1924 werd Baroja geïnterviewd toen hij op bezoek was in Barcelona. De Catalanen, zegt hij, willen doen voorkomen dat Catalonië een eigen cultuur heeft, maar ‘ik heb de indruk dat Catalonië Spaanser is dan de rest van Spanje.’ Er bestaat helemaal geen Catalaanse cultuur: ‘Het toneel lijkt geschreven in Noorwegen, de verzen op de Boulevard Montmartre…; Er is van alles: Zweeds, Noors, Deens en zelfs Tartaars.’ Maar Catalaanse cultuur valt nergens te bekennen.

Josep Mª de Sagarra

Josep Mª de Sagarra

‘Sommigen zullen tegenwerpen,’ gaat Baroja verder, ‘dat ik niet over de Catalaanse cultuur kan oordelen, aangezien ik noch de taal spreek noch het land en zijn tradities ken. Dat is waar…’

In zijn column in La Publicitat reageert De Sagarra op Baroja’s uitspraken over Catalonië en de Catalaanse cultuur. Hij vindt dat hij er eigenlijk over zou moeten zwijgen, want alles wat Baroja in dit interview zegt, is ouwe koek: ‘Dat de heer Baroja gelooft dat wij die ons bekommeren om de kunst en de literatuur van ons land een stelletje stumpers zijn, en dat hij niet in Catalonië geïnteresseerd is en er niets van wil weten, valt te begrijpen. Arme man, wat kan hij eraan doen dat wij zijn weerzin op wekken? Iemand kan een groot schrijver zijn en een van die ongerechtvaardigde, instinctieve fobieën hebben die zo vals zijn als de pokken.’ Minder begrijpelijk, schrijft De Sagarra, is ‘dat een man die “niet kent” wil spreken over dat wat hij niet kent.’

De boom der kennisDe Sagarra geeft Baroja nog een paar vegen uit de pan, maar het intrigerendste aan deze column is wat er niet staat. Het heeft er alle schijn van dat De Sagarra in de rest van zijn column het thema verbreedt tot de gecompliceerde relatie tussen het Koninkrijk Spanje en Catalonië, want de laatste dertig regels zijn doorgehaald door de censuur van Primo de Rivera.

Hoe dan ook, de recente trubbels tussen het Koninkrijk Spanje en Catalonië komen niet uit de lucht vallen.